Herfst

waarom-de-herfst-heerlijk-isHet is al even stil… ook in mij. Het ontbreekt me aan schrijfdrang, aan de behoefte dingen toe te vertrouwen aan het papier die het ook waard zijn te delen met anderen. Ik maak me druk om veel dingen, om veel mensen en ondertussen vliegen de dagen voorbij. De zomer is lang, dat is voor mij erg fijn. Toch voel ik, zoals elk jaar als de herfst nadert, dat zaken me ontglippen. Dat ik mijn eigen ik, de ik die ik in de zomer ben, langzaamaan kwijt raak en wordt opgeslokt door de donkere dagen die voor me liggen. De herfst is nooit mijn vriend geweest en zal het ook nooit worden.

Ik houd me vast aan de wetenschap dat na elke herfst en elke winter ook weer een lente en een zomer volgt. Dat ik dit gevoel elk jaar heb en dat ik er ieder jaar weer doorheen kom. Dat het me elke keer weer lukt de donkere schaduw in mezelf een plek te geven. Dat het me ieder jaar lukt de zware dreunende stem te negeren, die stem die me het vertrouwen in mezelf en de mensen en relaties om me heen doet verliezen. Hij brengt me even aan het wankelen, maar na een paar dagen herpak ik mezelf en negeer ik hem, totdat de lente weer komt en de donkerte verdwijnt.

Ieder jaar dezelfde beslissing en opnieuw heb ik hem weer genomen. De schaduw is er en de donkere stem ook, maar vandaag besluit ik dat ik het niet meer hoor…

 

 

 

 

 

Misbegrepen

Een vlindertje fladdert

dansend op een briesje

op zoek naar een madeliefje

de zon lonkt

het madeliefje pronkt

het vlindertje strijkt neer

heel zachtjes gaan zijn vleugeltjes nog op en neer

een mooi tafereel

een speelse bekoring

in een land van melk en honing.

van: Arnold de Pauw

Misbegrepen, taboe. Niks taboe, vandaag praat ik over mijn ervaring rondom mijn miskraam. Omdat het mag, omdat het kan en omdat het té vaak een onbesproken stukje oud zeer blijft. Zes jaar geleden alweer. Zes jaar geleden zou je jarig zijn geweest. Zes en een half jaar geleden had ik een miskraam, kwamen we erachter dat je hartje niet klopte en dat het gewoon niet de bedoeling was dat je werd geboren.

Na de eerste schok – je was zo ontzettend gewenst – en aanvankelijk zeer fijne begeleiding van onze verloskundige Michelle, werd mij door de gynaecoloog verteld: “Nou, je kunt in ieder geval zwanger worden en dat is mooi om te weten.” Ik kreeg een tissue voor de tranen en dat was dan dat. Én een afspraak bij dezelfde gynaecoloog voor een curettage waar ik na twee dagen gelukkig al terecht kon. Helaas wel op de kraamafdeling, tussen de baby’s – “Sorry, we hadden even geen andere plek”  – en vragen als “dit gaat toch om een abortus?” Ook mijn vertwijfelde pogingen om op internet iets van erkenning te vinden voor wat ik voelde liepen op niets uit. Er werd vooral medegedeeld dat er heel veel vrouwen waren die dit moesten doorstaan, zelfs bij de eerste zwangerschap. Maar toch, niets hielp. Ik voelde me leeg, boos en verdrietig en ik schaamde me voor het feit dat mijn lichaam kennelijk niet in staat was dié taak te volbrengen waarvoor het eigenlijk was gemaakt. Het voelde alsof ik had gefaald als vrouw.

Tegelijkertijd ben je, hoe gek dat misschien ook klinkt, aan het rouwen. Hoe hard mensen ook zeggen dat er eigenlijk nog ‘niet echt’ een baby was voelt dat niet zo. Maar hoe rouw je om iemand die je nooit hebt vastgehouden, nooit gekend hebt, nooit hebt gezien? Er is veel geschreven over rouwprocessen, maar voor mij was volstrekt onduidelijk hoe ik dit moest verwerken. Bovendien kon niemand in mijn omgeving me dat vertellen. Ineens hoorde ik wel van allerlei andere vrouwen dat ze ook miskramen hadden gehad. Veel verder dan die mededeling gingen de gesprekken echter nooit. Alsof alle vrouwen angstvallig achterhouden dat het is gebeurd, alsof iedereen het gewoon zo snel mogelijk wil vergeten.

Die keuze heb ik niet gemaakt. Ik heb besloten je niet te vergeten. Want of ik het nu wil of niet, je bent onderdeel van mij. Je bestaat niet, je hebt nooit bestaan, maar voor mij was je er wel. Ik wil je ook niet vergeten, zo simpel is dat.

Natuurlijk heb ik nu Niek en dat is mijn alles. Mijn miskraam heeft, ook doordat Niek een jaar later is geboren, een plek gekregen. Ondanks dat denk ik toch stiekem elke keer op 19 juni weer even aan je. Omdat het kan en omdat het van mezelf mag.

Rebecca

 

De strijd tegen…

Jawel, ook ik moet eraan geloven. Hoewel de meeste familie en vrienden roepen dat ik dat toch echt helemaal niet nodig heb, voel ik me toch een soort aangespoelde walvis of een verlept nijlpaard. Bij vlagen gaat de vergelijking met een net iets te grote olifant ook wel op. Wanneer ik in de spiegel kijk zie ik allerlei dingen die anderen waarschijnlijk niet zien, maar toch. In deze gevallen geldt volgens mij het adagium je bent zo oud (lees in dit geval: zo dik) als je je voelt. Waar het op neerkomt, ik zit niet lekker in mijn vel… letterlijk. Ik voel me te zwaar, te dik en te slap in het vel.

Misschien komt het door de eerste zonnestralen, het feit dat je weer in een rokje of een shirtje zonder mouwen moet. Dat je de speklaagjes niet meer kunt begraven onder verschillende lagen stof omdat het gewoon te warm is. Dat je ook niet meer wegkomt met de hele dag alleen maar zwart dragen en je het gevoel hebt dat al die kleding die je vorig jaar in de zomer nog zo leuk stond ineens toch niet zo leuk meer staat. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van mooi weer, sterker nog ik kán niet zonder zon en warmte. Als dat wel zo was, was ik al lang naar Scandinavië vertrokken. Maar in het begin van de zomer, als de zon weer warmte geeft, heb ik altijd weer moeite met mijn lijf.

download Er zit dus maar één ding op. Na de vraag van Niek of ik een ‘baby in mijn buik’ heb, of ‘misschien wel twee net als tante Sanne’, is de maat vol. Er moeten kilo’s af en het liefst zo snel mogelijk. Maar hoe doe je dat? Ik ben geen fan van de rigoureuze afslankmethoden als ‘Cambridge’ of maaltijdrepen. Voor sommige mensen werkt dat waarschijnlijk fantastisch, maar ik denk dat ik na één dag al tegen de vlakte ga. Mijn lichaam heeft eten nodig en ook voldoende eten, anders houd ik het gewoon niet vol. Inmiddels zijn de koekjes, snoepjes en chocolade vervangen voor worteltjes, komkommer en tomaatjes. Ik eet geen ‘bad fruit’ meer zoals druiven, ananas en banaan. Chips (mijn favoriet) komt mijn huis niet meer in en drop ligt al een tijdje niet meer in mijn auto. Het gaat goed, als ik het niet koop, eet ik het ook niet op.

Maar toen kwam het probleem van de beweging. Ik heb lang paardgereden en best veel ook, maar na mijn echtscheiding was dat organisatorisch niet meer haalbaar. Ik probeerde hard te lopen, maar dat vond mijn knie helaas niet zo’n goed idee. Nu sta ik dus iedere woensdagochtend en zaterdag (als het lukt) in een ‘springklasje’ met een buis te zwaaien en heb ik een kniebrace aangeschaft om in de avonduren als Niek op bed ligt kilometers te maken op de crosstrainer die ik voor een prikkie op marktplaats heb gekocht. De weegschaal heb ik weer tevoorschijn gehaald. Ik haat dat ding en ik haatte hem nog meer toen ik er voor het eerst in tijden weer op stond, maar inmiddels wordt hij steeds meer mijn vriend. Want wat ik doe lukt. Het gaat langzaam, maar het lukt en mijn weegschaal en ik hebben inmiddels een veel betere verhouding.

Het is niet mijn bedoeling om tientallen kilo’s te verliezen. Ik wil gewoon dat mijn kleren lekker zitten en dat ik als ik de spiegel kijk weer denk, ‘hé daar ben ik weer’.  Overigens laat ik echt niet alles staan, want soms moet je jezelf toch ook gewoon even kietelen met een lekker wijntje of een extra schep avondeten als je allerliefste heerlijk voor je heeft gekookt…

Rebecca

Zomer

Het is in Nederland inmiddels weer een paar dagen stralend weer. De jurkjes komen uit de kast net als de korte broeken, de sandalen en de teenslippers. Men ‘vergeet’ zich in te smeren, want dat bleke wit van de herfstachtige winter dient zo snel mogelijk te worden vervangen voor een mooi gebruinde huid. De meeste mensen zijn vrij, want het is immers meivakantie. Er wordt gezellig tot in de late uurtjes buiten gegeten en gedronken en vrienden zoeken elkaar op.  Het leven lijkt ineens veel gemakkelijker met de zon op je bol.

b0962154f167940f3e6760ce407bcb7d

Zodra de zon rijkelijk haar gezicht laat zien vallen me altijd weer een aantal dingen op. De discussie over wat je wel en niet naar kantoor aan kunt of ‘mag’ bijvoorbeeld. Is een korte broek ‘toegestaan’? Mag je teenslippers aan? Hoe kort mag je rokje eigenlijk zijn? En blote benen, hoe zit het daar mee? Ook lijkt het aantal modeflaters in de zomer altijd wat groter dan in winter wonderland. Waar het in de winter beperkt blijft tot het dragen van ‘uggs’ en steunkousen als panty’s, zie je in de zomer toch beduidend meer keuzes die men beter niet had kunnen maken. Je kunt het zo gek niet bedenken, van sokken in slippers of sandalen, verkeerd ondergoed onder witte kleding tot ‘Svetlana-pumps’. Overal waar je kijkt is er wel iets te zien. Nu wil ik niet de illusie wekken dat ik nou zo modebewust ben – ik maak me namelijk ook hevig schuldig aan de ‘birckenstock-zonde’ – maar in de zomer is er zoveel meer te zien dan in de donkere wintermaanden.

Ook het aantal mannen dat de behoefte heeft om met ontbloot bovenlijf rond te lopen neemt toe naarmate de temperatuur stijgt. Ik heb al menig ‘ik zit in het midden van mijn auto in mijn blote bast’-man gezien. Wanneer ik me bevind bij een zwemplas, op een boot of in een zwembad vind ik het heel gewoon, maar in een speeltuin of nog erger, in de supermarkt snap ik niet dat deze ‘Alfa-mannen’ noodzakelijkerwijs de torso moeten laten zien. Ik zie zelden een vrouw in bikini de supermarkt binnenlopen, laat staan met ontbloot bovenlijf. Dát zou pas raar zijn…

Desondanks ben ik blij dat de zomer er weer is, of de lente als je het precies wil duiden. Ik weet dat het, gezien de voorspellingen, van korte duur zal zijn en inmiddels ben ik ook niet meer vrij maar zit ik gewoon op kantoor. Toch is het leven een stuk aangenamer als de zon schijnt en je je kunt warmen aan de stralen. Dat je zonder jas naar buiten kunt en tegen je zoon kunt zeggen, nee hoor, je hoeft geen sokken aan in je slippers! Ik geniet er dus nog maar even van zo lang de zon zich nog laat zien. Tuindeuren open en vitamine D slurpen!

Rebecca

 

De lift

Is het je wel eens opgevallen dat met z’n allen in de lift gepropt staan eigenlijk best wel ongemakkelijk is? Vooral als je de mensen die bij je instappen niet goed kent. Als je zelf een overvolle lift in moet stappen, kun je je nog bedenken en toch de trap nemen, maar wat te doen als je op een verdieping aankomt en er stapt een hele schare in? En dat dan net die ene, enorm stinkende, naast jou komt te staan. Snel de lift uitrennen is onmogelijk, aangezien de schare je heeft klemgezet. De enige optie… Neus dicht en door je mond ademen…

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Eigenlijk heb ik een hekel aan de lift. Niet omdat ik claustrofobisch ben ofzo, maar omdat ik er niet zo van houd als vreemden té dicht in mijn persoonlijke ruimte komen. Als ze in mijn aura stappen, terwijl ik daar eigenlijk helemaal geen zin in heb. Als je met elkaar in de lift staat terwijl je elkaar niet kent, praat je in de regel ook niet met elkaar. Je zegt, ‘goedemorgen’ of ‘goedemiddag’ en je staart zwijgend naar de grond of naar je telefoon. Bij het verlaten van de lift zeg je ‘dag’ of ‘werkse’ afhankelijk van waar je in de lift staat. Het meest vervelende vind ik het als een ‘medelifter’ me ongegeneerd gaat staan aangapen zonder iets te zeggen. Alsof er iets vreemds met me aan de hand is. Ik vraag me dan altijd af of ik iets raars heb gedaan met mijn make-up of mijn haar, of dat ik een essentieel onderdeel van mijn garderobe ben vergeten of binnenstebuiten heb aangetrokken. Sommige liften hebben spiegels, dus dan kun je dat (gelukkig) gemakkelijk even checken. Over het algemeen blijkt er uiteindelijk niets met me aan de hand te zijn en trek ik de conclusie dat sommige mensen er blijkbaar een gewoonte van maken om anderen aan te staren.

Liften in ziekenhuizen zijn zo mogelijk nog de ergste. Mensen komen op bezoek, of moeten zelf naar de dokter. Er hangt een bepaalde lucht in deze liften die ik associeer met odeur van zieke mensen vermengd met bleekmiddel. Als er dan een ziekenhuisbed voor de deur staat moet je er met zijn allen direct uit omdat een ziek persoon in een ziekenhuisbed nu eenmaal voorgaat. Er zijn in deze liften vaak aan twee kanten deuren en het is altijd een raadsel aan welke kant de deur voor jouw verdieping opengaat. Het gevolg hiervan is dat je bijna altijd precies aan de verkeerde kant staat waardoor je weer door de ‘personal space’ van anderen moet waden om bij de goede deur te komen. Meestal neem ik in het ziekenhuis dan ook de trap, alleen is het mij in mijn huidige ziekenhuis nog steeds een beetje een raadsel waar het trappenhuis is geplaatst…

Vandaag stond ik weer in de lift op mijn werk en moest ik me bij het verlaten van deze lift een weg  banen door de aura’s van een aantal mensen terwijl ik ondertussen ‘werkse’ mompelde naar deze collega’s die ik niet ken. Bij het verlaten van de lift bedacht ik me, ik neem echt vaker de trap…

Rebecca

Moeilijk bespreekbaar

Vandaag lees ik een bericht op NU.nl:

Ieder jaar sterven in Nederland rond de vijftig mensen door huiselijk geweld. Ondanks alle aandacht voor preventie en hulpverlening lukt het niet om dat aantal terug te dringen.

Dit bericht veroorzaakt bij mij een soort throw-back thursday gevoel, naar de tijd dat ik net begon bij de rechtbank als secretaris en vooral veel kinderbeschermingszaken deed. Hoewel dit al een behoorlijk aantal jaren geleden is, is er blijkbaar in al die jaren nog steeds niets veranderd en gaan er nog steeds mensen dood omdat  ze worden mishandeld en misbruikt door familieleden. Dat is het namelijk, dat ís huiselijk geweld. Elke dag op je hoede zijn omdat je moeder losse handjes heeft, elke dag bang zijn omdat je niet weet hoe het humeur van je man is als hij uit zijn werk komt, elke dag vechten om aandacht te krijgen van je ouders, elke dag op je tenen lopen om niet die ene verkeerde opmerking te maken die ervoor zorgt dat je van de ander een klap krijgt of op een andere manier wordt vernederd en gekleineerd. Ook op mijn huidige plek binnen de strafsector kom ik huiselijk geweld tegen, in allerlei vormen. Aan deze kant worden echter de daders aangesproken en kom ik er langzaam achter dat bijna niets moeilijker is om te bewijzen dan wanneer het gaat om huiselijk geweld. Hierdoor ontstaat bij mij soms enige frustratie, want je wil zo graag helpen en recht doen, maar aan de andere kant ook geen mensen een levenslang stempel geven terwijl hen geen blaam treft.

Huiselijk geweld blijft ongrijpbaar en moeilijk bespreekbaar, dat bewijst het bericht op Nu.nl wel weer. Slachtoffers durven geen stappen te nemen, want ondanks het geweld is er loyaliteit naar ouders, broer of zus en partner. Ondanks het geweld is er ook verbondenheid en liefde en dat maakt het zo moeilijk en ongrijpbaar. Huiselijk geweld is een insluiper, een slechte gewoonte die langzaam bezit neemt van iemands leven. Het is er nooit opeens, het steekt langzaam zijn hoofd om de hoek van de deur om in de loop der tijd in volle omvang aanwezig te zijn. Kennelijk weten alle hulpverlenende en gespecialiseerde instanties er nog steeds geen raad mee en is de grens tussen signaleren en ook daadwerkelijk actie ondernemen flinterdun. Ook ik heb geen pasklaar antwoord, maar ik zou dat, gelet op de hoeveelheid zaken die ik inmiddels de revue heb zien passeren, heel graag wél hebben.

Ik denk nu alleen maar aan één bepaalde zaak die ik lang geleden voor mijn neus kreeg. Het meisje in kwestie zal inmiddels volwassen zijn, maar ik zie haar nog zitten, klein en kwetsbaar. Ik hoop dat de hulpverlening haar wel heeft kunnen bieden waar ze bij anderen tekort is geschoten.

Rebecca

Vrijdagmiddag

Vandaag op mijn twitter-feed komt het volgende voorbij:

LOOSDRECHT – Vrijdagmiddag 1 april is de 19-jarige Fleur die ernstig gewond raakte bij een aanrijding op de Nieuw-Loosdrechtsedijk overleden. Fleur is in het ziekenhuis aan haar verwondingen overleden. Het meisje werd 16 maart aangereden door een beschonken automobilist uit Loosdrecht, die volgens getuigen veel te hard reed en samen met zijn zoon aan het racen was.

Terwijl ik dit lees moet ik denken aan een politierechterszitting die ik onlangs had. Het was een zitting met alleen maar verdachten die zich moesten verantwoorden omdat ze met een borrel teveel achter het stuur waren gekropen. In het bijzonder denk ik aan een jongeman van begin 20 die lachend de zittingszaal binnenkomt wandelen met zijn vriendin en al grappend over ‘apenpakkies’ plaatsneemt in het verdachtenbankje. De jongeman is nog net zo beleefd om zijn pet af te doen, maar wacht vervolgens onderuit gezakt met zijn armen over elkaar af wat er gaat gebeuren. Bij het voorhouden van hetgeen de beste man ten laste wordt gelegd, toont hij een kleine grijns. ‘Rijden onder invloed van alcohol’ luidt het verhaal van de Officier van Justitie. Zo grappig is dat niet lijkt me, maar goed. De jongeman lijkt het allemaal bijzonder amusant te vinden en ik probeer mijn verbazing over de houding van de jongeman te verbergen achter mijn computerscherm.

De politierechter bevraagt de jongeman. Hoe hij het in zijn hoofd haalt om met een dergelijk promillage achter het stuur te kruipen. De jongeman grijnst nog meer “ik moest toch naar huis” verklaart hij en hij had geen geld voor een taxi. Hij vervolgt zijn relaas met de woorden “ach, iedereen doet dat toch wel eens? Je wordt bijna nooit gepakt en zo erg is het nu ook weer niet, er zijn toch geen ongelukken gebeurd?” Ook tijdens het formuleren van de eis door de Officier van Justitie lijkt het alsof de jongeman het hele schouwspel een hoge amusementswaarde vindt hebben, want de grijns is niet van zijn gezicht af te krijgen. Terwijl de Officier van Justitie, zoals dat vaak gaat bij dit soort zaken, de verdachte voorhoudt wat er had kúnnen gebeuren, rolt de jongeman met zijn ogen, alsof hij wil zeggen…. “Jezus, je bent mijn vader niet….” Na het horen van de uitspraak prevelt de jongeman, “mij best” en “whatever”. Samen met zijn vriendin loopt hij de zaal uit waar ik nog net het woord “zeikerds” weet op te vangen.

Op deze zittingsdag volgen zestien van dit soort zaken. Zestien mensen die met teveel alcohol in hun lijf achter het stuur zijn gekropen. Zestien mensen die de grootste ongelukken hadden kunnen veroorzaken omdat ze zo stom waren om geen taxi te bellen. Gelukkig zijn ze niet allemaal zo onverschillig als de jongeman uit mijn voorbeeld, want je zal het maar op je geweten hebben, dat je iemand doodrijdt terwijl je teveel hebt gedronken. In dat geval is de jongeman van begin 20 vast niet meer zo stoer als op die bewuste zittingsdag. Wanneer hij dan de Officier van Justitie het woord doodslag hoort uitspreken denk ik niet dat er veel van zijn stoere imago overblijft en zijn vriendin zal vast huilend achterin de zaal zitten in plaats van breed glimlachend. De jongeman zal zijn ogen uit zijn kop schamen wanneer hij de nabestaanden het woord hoort voeren en ik denk niet dat er op zijn hele gezicht een grijns te vinden zal zijn want dan… is het allemaal ineens niet meer zo ‘grappig’.

Rebecca.

 

 

Demonen in mijn hoofd

Op een willekeurige zondag zit ik buiten op een bankje en geniet ik van de zon. Mijn gedachten nemen een loopje met me en hoezeer ik ze ook probeer te ordenen lukt me dat maar moeilijk. De constante gedachtestroom begint positief, maar hoe langer ik rustig blijf zitten en mijn gedachten laat gaan hoe meer mijn gedachten bezit nemen van negatieve gevoelens, negatieve gedachten en oude frustraties. Waar ik eerst kan genieten van het moment, mijn rust pak en om me heen kijk, verandert naarmate de tijd vordert mijn denkpatroon en mijn stemming en klinken er kleine stemmetjes van demonen in mijn hoofd. Kleine irritante stemmetjes (je zou het ook mijn ‘onderbewuste’ kunnen noemen), die me pijnlijk wijzen op al mijn tekortkomingen en ervoor zorgen dat ik me ongewenst, misplaatst en overbodig voel. Voor ik het weet ben ik totaal gefrustreerd over iets onbelangrijks en ben ik onredelijk tegen een ieder die mijn pad kruist. Totaal ongewild, slechts omdat het er niet meer bij past in mijn hoofd.                                                                      gedachten

Ik besluit wat te gaan doen. Iets aanpakken met mijn handen, iets bedenken waardoor ik de continue gedachtestroom een halt kan toeroepen. Iets waardoor ik ervoor kan zorgen dat ik uiteindelijk gefocust blijf op de positieve gedachten die ik had toen ik net in de zon op het bankje ging zitten. Waar ik het eerst probeer met een hersenloos spelletje ‘Candy Crush’, merk ik al snel dat mijn gedachten volcontinu doordenderen. Ik praat in gedachten tegen mezelf terwijl ik ervoor kies de was te gaan opvouwen die nog in de droger zit. Routinematig pak ik de lege wasmand, haal ik de droger leeg en vouw ik de was. Ik leg alles op stapeltjes om het makkelijk op de plekken te kunnen neerleggen waar het hoort. Ik voel dat mijn hoofd nog niet helemaal normaal is, waarop ik besluit de dweil de pakken en de vloer te boenen. Ik pak een emmer, vul deze met water en sop. Ik zoek een dweil en begin aan het boenen van de keukenvloer. Langzaamaan maken mijn negatieve gedachten en frustraties plaats voor bemoedigende zinnen. Een soort mantra’s die ik herhaal voor mezelf, zodat het negatieve naar de achtergrond raakt. Zodat ik kan bedenken waarom ik nu eigenlijk zo gefrustreerd en negatief raakte, terwijl er eigenlijk zo weinig aan de hand lijkt te zijn.

Dit is een kijkje in mijn hoofd. Een heel persoonlijk kijkje, maar veelzeggend, want het is zoals mijn brein werkt.  Hoewel ik heel depressief ben geweest ben ik van nature niet perse een negatief mens. Ik kan intens genieten van het leven, van mijn zoon, van mijn werk, van mijn geliefde, van de zon, van muziek, als ik pianospeel, als anderen muziek maken. Ik behoor beslist tot één van de gelukkigste personen op aarde. Wat is het dan wel?, zul je je afvragen…. Mijn conclusie: ik heb een groot gebrek aan eigenwaarde en zelfacceptatie. Eigenwaarde, het gevoel dat ervoor zorgt dat je er mag zijn, dat je het waard bent, dat je leuk genoeg bent en zelfacceptatie, de manier waarop je jezelf goed vindt zoals je bent.  Het is moeilijk om daar de vinger op te leggen, uit te leggen waarom je zoiets voelt. Feit is wel dat het me bij vlagen enorm in de weg zit, zoals in het voorbeeld waar ik deze blog mee ben gestart. Natuurlijk weet ik dat ik niets te klagen heb, maar daar heeft eigenwaarde blijkbaar helemaal niets mee te maken.

Gelukkig weet ik inmiddels hoe ik de continue gedachtestroom positief kan houden. Het lukt me echter niet altijd en dan volgt steevast een huilbui. Ik heb besloten dat dat mag en gelukkig weten de meeste mensen in mijn omgeving ook wel hoe het zit. Ik maak van mijn hart geen moordkuil meer, probeer te benoemen wat er in mijn hoofd gaande is, want alleen op die manier krijgt het daadwerkelijk een plek.

Rebecca

P.s. Overigens vind ik het doodeng om over deze persoonlijke zaken te schrijven en ze ook te publiceren, maar merk ik tegelijkertijd dat het me rust geeft. Op hoop van zegen dan maar 😉

 

Schilderingen.

Het is geen geheim dat ik van tatoeages houd en dat ik er ook een aantal heb. Het zijn er maar vier en ik verberg ze niet, maar ze zijn niet allemaal even zichtbaar. Hoewel ik het tot op zekere hoogte best zou willen, is nog lang niet elke centimeter van mijn huid ‘painted’. Mijn hoofd zit wel altijd vol met nieuwe ideeën. Deze nieuwe ideeën parkeer ik altijd even en komen meestal uiteindelijk wel tot uitwerking.

dare_to_dream_banner

Niemand vraagt mij eigenlijk naar waarom ik tatoeages heb laten zetten, en ook niet waarom nu specifiek deze. De eerste tattoo die ik liet zetten is een afbeelding van een schorpioen linksonder op mijn rug. Ontworpen en gezet door een schotse medewerker van de tattooshop in Noordwijk. Ik weet nog dat het 2004 was en dat ik al heel lang een tatoeage wilde. Mijn afstuderen van het HBO, mijn verjaardag en een kadootje van mijn beste vriendin leken mij goede redenen. Ik ben opgegroeid in een (in de basis) rooms-katholiek gezin met een vader en moeder die geen groot voorstander waren van deze vormen van lichaamsversiering. Ik ben dus ook niet aan een tattoo begonnen vóórdat ik de 20 was gepasseerd. Mijn eerste tatoeage was dan ook zeker geen ‘act of rebellion’, maar een weloverwogen keuze. Een afbeelding die ik bewust heb gekozen en voor mij een periode markeert waarin ik bezig was met studeren en vrienden maken. Voor mij verwijst deze afbeelding ook naar de vriendschap die ik heb met mijn vriendin en de periode die we toen samen hebben doorgemaakt. Hoewel het strikt genomen niet een afbeelding is die ik nu opnieuw zou uitkiezen, herinnert hij mij aan deze fijne vriendschap en is het een aspect van mijzelf en mijn leven dat ik niet zou willen vergeten.

Om me heen hoor ik wel eens verhalen van mensen die hun tatoeage zien als een vergissing, een litteken. Mensen die dure laserbehandelingen ondergaan om hun ‘permanente’ herinneringen te wissen. Voor mij markeren mijn tatoeages delen van mijn leven. Herinneringen, ze zeggen mij: dit heb je meegemaakt. Ookal vind ik ze niet per se meer zo mooi als toen ze ‘vers’ gezet waren, ze horen bij me, maken deel uit van mij, mijn herinneringen en belevenissen. In die vorm zijn ze voor mij ook mooi, maar wat als de tatoeage die je ooit liet zetten niet meer zo mooi is als in het begin? De tatoeage die ik op mijn linkerpols heb laten zetten bijvoorbeeld is niet meer zo strak en scherp. Maar desondanks vind ik hem mooi, puur om de herinnering die deze tatoeage mij geeft.

Er zijn genoeg mensen die tatoeages bij vrouwen (of tatoeages in het algemeen) smakeloos vinden. Markeringen van het afzetten tegen de maatschappij, een subcultuur of uitingen van asociaal gedrag. Mensen met tatoeages ‘zijn’ asociaal, dom of hersenloos en vrouwen met tatoeages zijn hoerig of losgeslagen en ‘wild’. Waarom zou je een tatoeage laten zetten als de inkt vervaagd en je zelf ook ouder wordt? Een veelgehoord argument is dat het er toch niet uitziet als je ouder bent’. Dat klopt inderdaad…, denk ik dan. Misschien vervagen mijn tatoeages en zal het er anders en minder ‘mooi’ uitzien naarmate ik ouder ben. Maar dat vind ik prima. Mijn tatoeages zijn er niet alleen om mooi te zijn en bovendien, wat is er mis met een lichaam, een huid die zo oud lijkt als hij is? Het is logisch dat daarmee ook de ‘painted parts’ zo oud lijken als ze zijn en daar is naar mijn idee niets mis mee.

Hoewel ik na mijn eerste tatoeage zei dat ik er niet nog meer zou laten zetten ben ik er inmiddels vier verder. Men zegt dat het laten zetten van tatoeages verslavend werkt en misschien is dat ook wel zo. Inmiddels is het een jaar geleden dat ik mijn laatste tatoeage liet zetten, ‘dare to dream’, op mijn rechter onderarm. De ideeën voor nieuwe tatoeages liggen wel weer klaar, dus waarschijnlijk  blijft het niet bij deze vier. Wie zal het zeggen…

Rebecca