Amsterdam

Ergens rond de kerst is de knoop doorgehakt. Na twee jaar heen en weer reizen tussen Amsterdam en Nieuw-Vennep en het slepen met koffers werd het tijd om mijn toekomst en die van Niek wat meer perspectief te geven en vooral rust te creëren. Inmiddels was ik moe van het gereis en het georganiseer, maar vooral was ik moe van het avonden alleen op de bank zitten zonder dat ik, nadat Niek op bed lag, nog weg kon. Die avonden dat ik om half negen dacht, ‘dan ga ik maar naar bed’, de avonden met etentjes en borrels die ik moest missen omdat ik, uit schuldgevoel, niet iedere keer weer een oppas wilde regelen. Ik was moe van het geregel als ik een dag zitting had, dat ik mezelf er iedere keer aan moest herinneren dat ik iemand moest regelen om Niek naar school te brengen en hem weer op te halen als het zou uitlopen en ik niet thuis kon eten. Ik was moe van de financiële gevolgen dat ik alleen was met Niek en dat ik aan het eind van de maand blij was als mijn salaris weer kwam. Ik was verdrietig als mijn kind mij vroeg: ‘waarom wonen wij maar met zijn tweeën mama?’

We gingen niet over één nacht ijs. Het is namelijk nogal wat om je hele zekere bestaan op te geven om te verhuizen naar een andere woonplaats. Om je eigen gekochte huis te verkopen en voor je kind een nieuwe school te zoeken en een nieuwe BSO. Om ervoor te zorgen dat hij goed terechtkomt en dat je alles goed regelt voor als er wat mocht gebeuren. Er zijn heel wat gesprekken geweest, ik heb veel tranen gelaten. Ik heb lijstjes gemaakt met voor- en nadelen. Ik heb gewikt en gewogen. Ik heb wakker gelegen en gepiekerd. Ik heb me zorgen gemaakt en ik heb me afgevraagd wat nu de beste keuze zou zijn.

In Nieuw-Vennep was ik al een tijdje niet meer zo gelukkig, dus de keuze voor Amsterdam was uiteindelijk voor mij een logische. Nadat de knoop eenmaal was doorgehakt ging het allemaal ineens vliegensvlug. Mijn huis verkocht ineens snel. Waar het idee was in de zomervakantie te verhuizen verschoof dat ineens naar de meivakantie. En nu, na een redelijk hectische tijd, woon ik in Amsterdam. Ik moet nog wat acclimatiseren met Niek, maar ik ben gelukkiger dan ooit en voel me sinds tijden niet meer zo opgejaagd.

Ik weet dat er mensen in mijn kring van familie, vrienden, kennissen en collega’s  zijn die sceptisch zijn over mijn keus voor het Amsterdamse. Dat ze niet begrijpen dat ik mijn eengezinswoning met tuin in mijn veilige dorp heb ingeruild voor een appartement in de grote boze stad met gedeelde tuin. Dat ik ‘ver weg’ ben gaan wonen. Sommigen vertellen me dat gewoon, bij sommigen zie ik het aan lichaamstaal en houding die niet past bij de ogenschijnlijk enthousiaste reactie. Hoewel iedereen mag denken wat hij denkt, vind ik het soms moeilijk. Dat komt omdat ik (helaas) nog steeds iemand ben die zoekt naar goedkeuring van anderen, en zich door afkeurende reacties in negatieve zin laat beïnvloeden. Gelukkig ben ik aan de andere kant steeds beter in staat het geluk van mijn kind en dat van mijzelf voorop te stellen om uiteindelijk de conclusie te trekken dat ik mijn beslissingen niet moet laten afhangen van wat anderen vinden en denken, maar waarvan ik zelf gelukkig word.

En dat is precies wat ik heb gedaan. Ik ben nog steeds dezelfde Rebecca, gewoon Rebecca, niets meer en niets minder. Alleen woon ik nu in Amsterdam…

Rebecca

Als de tijd vlug gaat

Soms lijkt de tijd je in te halen. Alsof de dagen, weken en maanden voorbij vliegen zonder dat je er iets van merkt. Dat seizoenen, verjaardagen en feestdagen zich voltrekken zonder dat je er ook maar enig moment bij stilstaat. Alsof de tijd er niet is, maar toch wel. Dat je aan 24 uur in een dag niet genoeg lijkt te hebben en dat je het eigenlijk met 48 uur ook niet zou halen. Dat je je soms afvraagt wat je eigenlijk dacht toen je besloot in het diepe te springen. Waarom je het jezelf in hemelsnaam zo moeilijk moest maken. Of het niet veiliger was om gewoon in je cocon te blijven en in je schulp te kruipen om jezelf maar niet te hoeven blootstellen aan alles wat moet worden gedaan. Of de mensen wel op je zitten te wachten en of je wel geaccepteerd zal worden. Wat er zal gebeuren als je het even niet meer weet. Ben je dan alleen…

Soms is het moeilijk om in het diepe te springen. Gewoon omdat het veiliger is om te blijven waar je bent, in je eigen geschapen comfortabele cocon. In je veilige eigen gecreëerde wereld. Die wereld waarin je niet meer buiten je eigen gebaande paden hoeft te treden. Waarin nauwelijks nog uitdaging is te vinden, omdat je alles al hebt ontdekt.

Ik ben blij dat ik ben gesprongen. Zelfs nu ik het soms moeilijk blijk te vinden. Zelfs nu de tijd voorbijvliegt omdat onverwachte zaken oplossingen behoeven en ik geregeld twijfel aan mijn eigen kunnen. Zelfs nu ik steeds mijn grenzen oprek, nieuwe plekken leer te vinden en mijn rugzak vul met nieuwe ervaringen. En zelfs als ik het even niet meer weet, weet ik nu wel één ding heel zeker. Ik ben niet alleen…

Rebecca

Kaarten en kerst

Ik ben een fervent kerstkaartenschrijfster…., althans, dat wás ik. Al voordat Sinterklaas het land überhaupt met zijn stoomboot had bezocht, was ik al op zoek naar de mooiste, meest spirituele of gewoon bijzondere kaarten. Ik wist ook naar welke personen ik welke kaart zou sturen, want die met die mooie kerststal paste het beste bij papa, die met die uil bij tante Hettie en die gekke met glitter bij mijn vriendin Mariëlle. Elke kerstkaart voorzag ik van een persoonlijke boodschap, want ik vond dat dat het hele idee achter het schrijven van kerstkaarten was. Het idee dat je eens per jaar iemand persoonlijke aandacht geeft met een kaartje.

In de loop van de tijd betrapte ik mezelf bij het schrijven van kerstkaarten op éénregelige ‘groetjes van’ constructies onderaan de betreffende kerstkaarten. Een snelle, slordig geschreven ‘liefs’ of ‘knuffel’ op een avondje dat ik even een gaatje vrij had en ook allemaal achter elkaar. Toen ik die kaarten vervolgens op een avond in de brievenbus gooide besloot ik: dit is de laatste keer. Immers, er was niets meer van mijn oorspronkelijke voornemen over en eigenlijk zag ik het nut niet zo in van het versturen van inhoudsloze kaartjes met een al even inhoudsloze wens. Mijn oorspronkelijke idee van de kerstkaart had ik inmiddels helemaal verlaten. Het ging er niet meer om dat ik mensen persoonlijk een kaart stuurde, maar dat ik niemand oversloeg en omdat ik dat geen goede reden vond, heb ik mijn kerstkaartenmachine stopgezet.

Met het stoppen van de kerstkaartenmachine werd mijn brievenbus met de jaren ook steeds leger met kerst. Mijn vermoeden dat mensen kerstkaarten sturen naar de mensen van wie ze eerder een kerstkaart ontvingen is hiermee wel bevestigd. Het grappige is, dat het me inmiddels niet zoveel meer uitmaakt. Ondanks dat ik zelf al een jaar of drie niets meer heb verstuurd, ontvang ik nog steeds kerstkaarten en dat vind ik superleuk. Zelf versturen doe ik nog maar even niet, maar misschien heb ik in de komende jaren wel weer de inspiratie om het kerstkaartencircus op te pakken en weer mooie persoonlijke kerstboodschappen op papier te zetten.

Voor nu volsta ik met af en toe een kaartje aan iemand als ik dat passend vind. Dat hoeft niet persé met kerst te zijn of met een verjaardag. Wat mij betreft kan dat ook zomaar, want dán is de verassing volgens mij het leukst.

 

Herfst

waarom-de-herfst-heerlijk-isHet is al even stil… ook in mij. Het ontbreekt me aan schrijfdrang, aan de behoefte dingen toe te vertrouwen aan het papier die het ook waard zijn te delen met anderen. Ik maak me druk om veel dingen, om veel mensen en ondertussen vliegen de dagen voorbij. De zomer is lang, dat is voor mij erg fijn. Toch voel ik, zoals elk jaar als de herfst nadert, dat zaken me ontglippen. Dat ik mijn eigen ik, de ik die ik in de zomer ben, langzaamaan kwijt raak en wordt opgeslokt door de donkere dagen die voor me liggen. De herfst is nooit mijn vriend geweest en zal het ook nooit worden.

Ik houd me vast aan de wetenschap dat na elke herfst en elke winter ook weer een lente en een zomer volgt. Dat ik dit gevoel elk jaar heb en dat ik er ieder jaar weer doorheen kom. Dat het me elke keer weer lukt de donkere schaduw in mezelf een plek te geven. Dat het me ieder jaar lukt de zware dreunende stem te negeren, die stem die me het vertrouwen in mezelf en de mensen en relaties om me heen doet verliezen. Hij brengt me even aan het wankelen, maar na een paar dagen herpak ik mezelf en negeer ik hem, totdat de lente weer komt en de donkerte verdwijnt.

Ieder jaar dezelfde beslissing en opnieuw heb ik hem weer genomen. De schaduw is er en de donkere stem ook, maar vandaag besluit ik dat ik het niet meer hoor…

 

 

 

 

 

Misbegrepen

Een vlindertje fladdert

dansend op een briesje

op zoek naar een madeliefje

de zon lonkt

het madeliefje pronkt

het vlindertje strijkt neer

heel zachtjes gaan zijn vleugeltjes nog op en neer

een mooi tafereel

een speelse bekoring

in een land van melk en honing.

van: Arnold de Pauw

Misbegrepen, taboe. Niks taboe, vandaag praat ik over mijn ervaring rondom mijn miskraam. Omdat het mag, omdat het kan en omdat het té vaak een onbesproken stukje oud zeer blijft. Zes jaar geleden alweer. Zes jaar geleden zou je jarig zijn geweest. Zes en een half jaar geleden had ik een miskraam, kwamen we erachter dat je hartje niet klopte en dat het gewoon niet de bedoeling was dat je werd geboren.

Na de eerste schok – je was zo ontzettend gewenst – en aanvankelijk zeer fijne begeleiding van onze verloskundige Michelle, werd mij door de gynaecoloog verteld: “Nou, je kunt in ieder geval zwanger worden en dat is mooi om te weten.” Ik kreeg een tissue voor de tranen en dat was dan dat. Én een afspraak bij dezelfde gynaecoloog voor een curettage waar ik na twee dagen gelukkig al terecht kon. Helaas wel op de kraamafdeling, tussen de baby’s – “Sorry, we hadden even geen andere plek”  – en vragen als “dit gaat toch om een abortus?” Ook mijn vertwijfelde pogingen om op internet iets van erkenning te vinden voor wat ik voelde liepen op niets uit. Er werd vooral medegedeeld dat er heel veel vrouwen waren die dit moesten doorstaan, zelfs bij de eerste zwangerschap. Maar toch, niets hielp. Ik voelde me leeg, boos en verdrietig en ik schaamde me voor het feit dat mijn lichaam kennelijk niet in staat was dié taak te volbrengen waarvoor het eigenlijk was gemaakt. Het voelde alsof ik had gefaald als vrouw.

Tegelijkertijd ben je, hoe gek dat misschien ook klinkt, aan het rouwen. Hoe hard mensen ook zeggen dat er eigenlijk nog ‘niet echt’ een baby was voelt dat niet zo. Maar hoe rouw je om iemand die je nooit hebt vastgehouden, nooit gekend hebt, nooit hebt gezien? Er is veel geschreven over rouwprocessen, maar voor mij was volstrekt onduidelijk hoe ik dit moest verwerken. Bovendien kon niemand in mijn omgeving me dat vertellen. Ineens hoorde ik wel van allerlei andere vrouwen dat ze ook miskramen hadden gehad. Veel verder dan die mededeling gingen de gesprekken echter nooit. Alsof alle vrouwen angstvallig achterhouden dat het is gebeurd, alsof iedereen het gewoon zo snel mogelijk wil vergeten.

Die keuze heb ik niet gemaakt. Ik heb besloten je niet te vergeten. Want of ik het nu wil of niet, je bent onderdeel van mij. Je bestaat niet, je hebt nooit bestaan, maar voor mij was je er wel. Ik wil je ook niet vergeten, zo simpel is dat.

Natuurlijk heb ik nu Niek en dat is mijn alles. Mijn miskraam heeft, ook doordat Niek een jaar later is geboren, een plek gekregen. Ondanks dat denk ik toch stiekem elke keer op 19 juni weer even aan je. Omdat het kan en omdat het van mezelf mag.

Rebecca

 

De strijd tegen…

Jawel, ook ik moet eraan geloven. Hoewel de meeste familie en vrienden roepen dat ik dat toch echt helemaal niet nodig heb, voel ik me toch een soort aangespoelde walvis of een verlept nijlpaard. Bij vlagen gaat de vergelijking met een net iets te grote olifant ook wel op. Wanneer ik in de spiegel kijk zie ik allerlei dingen die anderen waarschijnlijk niet zien, maar toch. In deze gevallen geldt volgens mij het adagium je bent zo oud (lees in dit geval: zo dik) als je je voelt. Waar het op neerkomt, ik zit niet lekker in mijn vel… letterlijk. Ik voel me te zwaar, te dik en te slap in het vel.

Misschien komt het door de eerste zonnestralen, het feit dat je weer in een rokje of een shirtje zonder mouwen moet. Dat je de speklaagjes niet meer kunt begraven onder verschillende lagen stof omdat het gewoon te warm is. Dat je ook niet meer wegkomt met de hele dag alleen maar zwart dragen en je het gevoel hebt dat al die kleding die je vorig jaar in de zomer nog zo leuk stond ineens toch niet zo leuk meer staat. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van mooi weer, sterker nog ik kán niet zonder zon en warmte. Als dat wel zo was, was ik al lang naar Scandinavië vertrokken. Maar in het begin van de zomer, als de zon weer warmte geeft, heb ik altijd weer moeite met mijn lijf.

download Er zit dus maar één ding op. Na de vraag van Niek of ik een ‘baby in mijn buik’ heb, of ‘misschien wel twee net als tante Sanne’, is de maat vol. Er moeten kilo’s af en het liefst zo snel mogelijk. Maar hoe doe je dat? Ik ben geen fan van de rigoureuze afslankmethoden als ‘Cambridge’ of maaltijdrepen. Voor sommige mensen werkt dat waarschijnlijk fantastisch, maar ik denk dat ik na één dag al tegen de vlakte ga. Mijn lichaam heeft eten nodig en ook voldoende eten, anders houd ik het gewoon niet vol. Inmiddels zijn de koekjes, snoepjes en chocolade vervangen voor worteltjes, komkommer en tomaatjes. Ik eet geen ‘bad fruit’ meer zoals druiven, ananas en banaan. Chips (mijn favoriet) komt mijn huis niet meer in en drop ligt al een tijdje niet meer in mijn auto. Het gaat goed, als ik het niet koop, eet ik het ook niet op.

Maar toen kwam het probleem van de beweging. Ik heb lang paardgereden en best veel ook, maar na mijn echtscheiding was dat organisatorisch niet meer haalbaar. Ik probeerde hard te lopen, maar dat vond mijn knie helaas niet zo’n goed idee. Nu sta ik dus iedere woensdagochtend en zaterdag (als het lukt) in een ‘springklasje’ met een buis te zwaaien en heb ik een kniebrace aangeschaft om in de avonduren als Niek op bed ligt kilometers te maken op de crosstrainer die ik voor een prikkie op marktplaats heb gekocht. De weegschaal heb ik weer tevoorschijn gehaald. Ik haat dat ding en ik haatte hem nog meer toen ik er voor het eerst in tijden weer op stond, maar inmiddels wordt hij steeds meer mijn vriend. Want wat ik doe lukt. Het gaat langzaam, maar het lukt en mijn weegschaal en ik hebben inmiddels een veel betere verhouding.

Het is niet mijn bedoeling om tientallen kilo’s te verliezen. Ik wil gewoon dat mijn kleren lekker zitten en dat ik als ik de spiegel kijk weer denk, ‘hé daar ben ik weer’.  Overigens laat ik echt niet alles staan, want soms moet je jezelf toch ook gewoon even kietelen met een lekker wijntje of een extra schep avondeten als je allerliefste heerlijk voor je heeft gekookt…

Rebecca

Zomer

Het is in Nederland inmiddels weer een paar dagen stralend weer. De jurkjes komen uit de kast net als de korte broeken, de sandalen en de teenslippers. Men ‘vergeet’ zich in te smeren, want dat bleke wit van de herfstachtige winter dient zo snel mogelijk te worden vervangen voor een mooi gebruinde huid. De meeste mensen zijn vrij, want het is immers meivakantie. Er wordt gezellig tot in de late uurtjes buiten gegeten en gedronken en vrienden zoeken elkaar op.  Het leven lijkt ineens veel gemakkelijker met de zon op je bol.

b0962154f167940f3e6760ce407bcb7d

Zodra de zon rijkelijk haar gezicht laat zien vallen me altijd weer een aantal dingen op. De discussie over wat je wel en niet naar kantoor aan kunt of ‘mag’ bijvoorbeeld. Is een korte broek ‘toegestaan’? Mag je teenslippers aan? Hoe kort mag je rokje eigenlijk zijn? En blote benen, hoe zit het daar mee? Ook lijkt het aantal modeflaters in de zomer altijd wat groter dan in winter wonderland. Waar het in de winter beperkt blijft tot het dragen van ‘uggs’ en steunkousen als panty’s, zie je in de zomer toch beduidend meer keuzes die men beter niet had kunnen maken. Je kunt het zo gek niet bedenken, van sokken in slippers of sandalen, verkeerd ondergoed onder witte kleding tot ‘Svetlana-pumps’. Overal waar je kijkt is er wel iets te zien. Nu wil ik niet de illusie wekken dat ik nou zo modebewust ben – ik maak me namelijk ook hevig schuldig aan de ‘birckenstock-zonde’ – maar in de zomer is er zoveel meer te zien dan in de donkere wintermaanden.

Ook het aantal mannen dat de behoefte heeft om met ontbloot bovenlijf rond te lopen neemt toe naarmate de temperatuur stijgt. Ik heb al menig ‘ik zit in het midden van mijn auto in mijn blote bast’-man gezien. Wanneer ik me bevind bij een zwemplas, op een boot of in een zwembad vind ik het heel gewoon, maar in een speeltuin of nog erger, in de supermarkt snap ik niet dat deze ‘Alfa-mannen’ noodzakelijkerwijs de torso moeten laten zien. Ik zie zelden een vrouw in bikini de supermarkt binnenlopen, laat staan met ontbloot bovenlijf. Dát zou pas raar zijn…

Desondanks ben ik blij dat de zomer er weer is, of de lente als je het precies wil duiden. Ik weet dat het, gezien de voorspellingen, van korte duur zal zijn en inmiddels ben ik ook niet meer vrij maar zit ik gewoon op kantoor. Toch is het leven een stuk aangenamer als de zon schijnt en je je kunt warmen aan de stralen. Dat je zonder jas naar buiten kunt en tegen je zoon kunt zeggen, nee hoor, je hoeft geen sokken aan in je slippers! Ik geniet er dus nog maar even van zo lang de zon zich nog laat zien. Tuindeuren open en vitamine D slurpen!

Rebecca

 

De lift

Is het je wel eens opgevallen dat met z’n allen in de lift gepropt staan eigenlijk best wel ongemakkelijk is? Vooral als je de mensen die bij je instappen niet goed kent. Als je zelf een overvolle lift in moet stappen, kun je je nog bedenken en toch de trap nemen, maar wat te doen als je op een verdieping aankomt en er stapt een hele schare in? En dat dan net die ene, enorm stinkende, naast jou komt te staan. Snel de lift uitrennen is onmogelijk, aangezien de schare je heeft klemgezet. De enige optie… Neus dicht en door je mond ademen…

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Eigenlijk heb ik een hekel aan de lift. Niet omdat ik claustrofobisch ben ofzo, maar omdat ik er niet zo van houd als vreemden té dicht in mijn persoonlijke ruimte komen. Als ze in mijn aura stappen, terwijl ik daar eigenlijk helemaal geen zin in heb. Als je met elkaar in de lift staat terwijl je elkaar niet kent, praat je in de regel ook niet met elkaar. Je zegt, ‘goedemorgen’ of ‘goedemiddag’ en je staart zwijgend naar de grond of naar je telefoon. Bij het verlaten van de lift zeg je ‘dag’ of ‘werkse’ afhankelijk van waar je in de lift staat. Het meest vervelende vind ik het als een ‘medelifter’ me ongegeneerd gaat staan aangapen zonder iets te zeggen. Alsof er iets vreemds met me aan de hand is. Ik vraag me dan altijd af of ik iets raars heb gedaan met mijn make-up of mijn haar, of dat ik een essentieel onderdeel van mijn garderobe ben vergeten of binnenstebuiten heb aangetrokken. Sommige liften hebben spiegels, dus dan kun je dat (gelukkig) gemakkelijk even checken. Over het algemeen blijkt er uiteindelijk niets met me aan de hand te zijn en trek ik de conclusie dat sommige mensen er blijkbaar een gewoonte van maken om anderen aan te staren.

Liften in ziekenhuizen zijn zo mogelijk nog de ergste. Mensen komen op bezoek, of moeten zelf naar de dokter. Er hangt een bepaalde lucht in deze liften die ik associeer met odeur van zieke mensen vermengd met bleekmiddel. Als er dan een ziekenhuisbed voor de deur staat moet je er met zijn allen direct uit omdat een ziek persoon in een ziekenhuisbed nu eenmaal voorgaat. Er zijn in deze liften vaak aan twee kanten deuren en het is altijd een raadsel aan welke kant de deur voor jouw verdieping opengaat. Het gevolg hiervan is dat je bijna altijd precies aan de verkeerde kant staat waardoor je weer door de ‘personal space’ van anderen moet waden om bij de goede deur te komen. Meestal neem ik in het ziekenhuis dan ook de trap, alleen is het mij in mijn huidige ziekenhuis nog steeds een beetje een raadsel waar het trappenhuis is geplaatst…

Vandaag stond ik weer in de lift op mijn werk en moest ik me bij het verlaten van deze lift een weg  banen door de aura’s van een aantal mensen terwijl ik ondertussen ‘werkse’ mompelde naar deze collega’s die ik niet ken. Bij het verlaten van de lift bedacht ik me, ik neem echt vaker de trap…

Rebecca

Moeilijk bespreekbaar

Vandaag lees ik een bericht op NU.nl:

Ieder jaar sterven in Nederland rond de vijftig mensen door huiselijk geweld. Ondanks alle aandacht voor preventie en hulpverlening lukt het niet om dat aantal terug te dringen.

Dit bericht veroorzaakt bij mij een soort throw-back thursday gevoel, naar de tijd dat ik net begon bij de rechtbank als secretaris en vooral veel kinderbeschermingszaken deed. Hoewel dit al een behoorlijk aantal jaren geleden is, is er blijkbaar in al die jaren nog steeds niets veranderd en gaan er nog steeds mensen dood omdat  ze worden mishandeld en misbruikt door familieleden. Dat is het namelijk, dat ís huiselijk geweld. Elke dag op je hoede zijn omdat je moeder losse handjes heeft, elke dag bang zijn omdat je niet weet hoe het humeur van je man is als hij uit zijn werk komt, elke dag vechten om aandacht te krijgen van je ouders, elke dag op je tenen lopen om niet die ene verkeerde opmerking te maken die ervoor zorgt dat je van de ander een klap krijgt of op een andere manier wordt vernederd en gekleineerd. Ook op mijn huidige plek binnen de strafsector kom ik huiselijk geweld tegen, in allerlei vormen. Aan deze kant worden echter de daders aangesproken en kom ik er langzaam achter dat bijna niets moeilijker is om te bewijzen dan wanneer het gaat om huiselijk geweld. Hierdoor ontstaat bij mij soms enige frustratie, want je wil zo graag helpen en recht doen, maar aan de andere kant ook geen mensen een levenslang stempel geven terwijl hen geen blaam treft.

Huiselijk geweld blijft ongrijpbaar en moeilijk bespreekbaar, dat bewijst het bericht op Nu.nl wel weer. Slachtoffers durven geen stappen te nemen, want ondanks het geweld is er loyaliteit naar ouders, broer of zus en partner. Ondanks het geweld is er ook verbondenheid en liefde en dat maakt het zo moeilijk en ongrijpbaar. Huiselijk geweld is een insluiper, een slechte gewoonte die langzaam bezit neemt van iemands leven. Het is er nooit opeens, het steekt langzaam zijn hoofd om de hoek van de deur om in de loop der tijd in volle omvang aanwezig te zijn. Kennelijk weten alle hulpverlenende en gespecialiseerde instanties er nog steeds geen raad mee en is de grens tussen signaleren en ook daadwerkelijk actie ondernemen flinterdun. Ook ik heb geen pasklaar antwoord, maar ik zou dat, gelet op de hoeveelheid zaken die ik inmiddels de revue heb zien passeren, heel graag wél hebben.

Ik denk nu alleen maar aan één bepaalde zaak die ik lang geleden voor mijn neus kreeg. Het meisje in kwestie zal inmiddels volwassen zijn, maar ik zie haar nog zitten, klein en kwetsbaar. Ik hoop dat de hulpverlening haar wel heeft kunnen bieden waar ze bij anderen tekort is geschoten.

Rebecca